|
| Brugge |
Brugge
Stad Brugge,
Geografie, Gewest Vlaanderen, Provincie West-Vlaanderen, Arrondissement
19,59%,
Buitenlanders 2,42% (01/01/2004),
Werkloosheidsgraad 7,40% (01/01/2006),
Politiek,
Burgemeester Patrick Moenaert (CD&V),
Bestuur CD&V, SP.A,
Zetels
CD&V
SP.A
VLD
Vlaams Belang
Groen!
onafhankelijke

1,
Deelgemeenten met postcode,
Postcode Deelgemeente,
8000
Brugge
Koolkerke
Sint-Pieters
Sint-Andries
Sint-Michiels
Assebroek
Sint-Kruis
Dudzele
Lissewege
Zeebrugge,
Overige info,
Zonenummer 050,
Politiezone {{{polz}}},
Webadres www.brugge.be,
Brugge (Frans en Engels: Bruges, Duits: Brügge) is de hoofdstad van de Vlaamse
provincie West-Vlaanderen en het arrondissement Brugge. Het ligt in het
noordwesten van België.
De binnenstad, of historische kern, is eivormig en ongeveer 430 hectare groot.
De volledige gemeente heeft een oppervlakte van ruim 13.840 hectare, waaronder
193,7 hectare in zee bij Zeebrugge.
De stad telt ruim 117.000 inwoners. Ongeveer 20.000 daarvan wonen in het
historische centrum.
Deelgemeenten
Assebroek (1971), Dudzele (1971), Koolkerke (1971), Lissewege (1971),
Sint-Andries (1971), Sint-Kruis (1971), Sint-Michiels (1971), Sint-Pieters
(1899), Sint-Jozef (1899), Zeebrugge (1901) en Zwankendamme (1899).
Tussen haakjes staat sinds wanneer de deelgemeente een deel uitmaakt van de
gemeente Brugge.
Bron: Lijst van Belgische gemeenten
Naamgeving
Oudste tastbare bron zijn enkele munten uit de 9e eeuw waarop voor het eerst de
naam van de stad wordt gebruikt. Ze vermelden: Bruggas of Bruccia. Alhoewel dit
lijkt te duiden op een oorsprong uit het woord brug is dit taalhistorisch niet
correct aangezien er dan eerder sprake zou zijn van Brigge (vergelijk met het
Engelse bridge, Oud-Engelse brycg, Friese brigge of bregge, Gallische briva).
Waarschijnlijk komt de naam Brugge van het Oudnoorse bryggja wat aanlegsteiger
of haven betekent, mogelijk als verbastering van Rogia (Reie). De contacten met
Scandinavië waren ontstaan via handel over de Noordzee en de invallen van de
Noormannen (vanaf 800). De naam vertoont dan ook gelijkenissen met Bryggen, de
historische haven van Bergen, dat net als Brugge een belangrijke stad van de
Hanze was vanaf de 11e eeuw.
Soms wordt naar Brugge verwezen als het Venetië van het Noorden, verwijzend de
vele kanaaltjes en bruggen. Deze kanaaltjes worden ook reien genoemd, naar de
rivier de Reie die door Brugge stroomde. De Reie is nu volledig gekanaliseerd.
Eén van de vele reien en bruggen,
De bijnaam van de Bruggelingen is Brugse zotten. Deze bijnaam danken ze aan
volgende legende: nadat ze Maximiliaan I van Oostenrijk voor een tijd gevangen
hadden genomen, verbood deze het houden van een jaarmarkt en andere
festiviteiten. In een poging om hem te sussen, hield Brugge voor hem een groot
feest en vroeg daarna voor de toelating opnieuw een jaarmarkt te houden,
belastingen te mogen innen én ... het bouwen van een nieuw zothuis. Hij
antwoordde: Sluit alle poorten van Brugge en je hebt een zothuis!.

Geschiedenis
Ontstaan
In de Gallische tijd bestond West-Vlaanderen uit een moerassig en onherbergzaam
landschap dat vele malen overstroomde. Er zijn slechts weinig overblijfselen
gevonden. De Romeinen legden, na het verslaan van de Menapiërs in 53 v. Chr.,
een uitgebreid wegennet aan in de provincie en bouwden verschillende versterkte
kernen tegen de invallen van piraten vanuit de Noordzee. Wellicht was een van
die versterkingen langs de kustweg de nederzetting aan de monding van de rivier
de Reie waaruit later Brugge zou ontstaan.
Vanaf de 7e eeuw trok de zee zich stilaan terug en de kustvlakte werd beter
bewoonbaar. Op de droge schorre-gronden was vooral schapenteelt aangewezen. Het
gebied werd door het Frankische rijk bestuurd: de pagus Flandrensis of
Vlaanderengouw. In de 9e eeuw werd de Vlaanderengouw geteisterd door aanvallen
van de Noormannen, onder andere in 820, 838 en 854. Onder Boudewijn I met de
IJzeren Arm werd bij Brugge een versterkte burcht gebouwd, waarschijnlijk op een
oude Romeinse versterking want in tegenstelling tot andere burchten was het
grondplan rechthoekig in plaats van de toen meer gangbare ronde vorm.
Groei en onafhankelijkheid (900-1128)
Vanaf 900 werden de aanvallen afgeslagen en bloeide de handel met Scandinavië en
de lakenhandel met Engeland opnieuw. Door de gemakkelijke toegang vanuit Brugge
met het vasteland groeide de burcht uit tot een grote nederzetting ondanks het
feit dat Brugge slechts via een wad- en schorregebied verbonden was met de
Noordzee: de haven was slechts bij hoog tij bereikbaar.
Na de moord op graaf Karel de Goede in 1127 kreeg Brugge op 27 juli 1128
stadsrechten in ruil voor de steun aan de opvolger Diederik van de Elzas. Deze
stadsrechten werden echter in volgende regeerperiodes door de graven
verschillende keren aangepast.
Brugge kreeg in 1128 trouwens nieuwe grachten en omwallingen om de aanval van
Willem Clito, de rivaal voor de opvolging, af te slaan. Deze omwalling zou,
nagenoeg onveranderd, blijven bestaan tot eind 13e eeuw.
De bloeiperiode (11e-15e eeuw)
Vanaf midden 11e eeuw verzandde de waddenzee voor Brugge geleidelijk, maar in de
12e eeuw kreeg Brugge nogmaals een directe verbinding met de Noordzee:
opeenvolgende overstromingen hadden een diepe en brede geul achtergelaten, het
Zwin. In plaats van getijdevaart konden de grotere schepen, vooral de kogge, nu
tot dicht bij Brugge varen. Op het einde van de vaargeul werd door Filips van de
Elzas een nieuwe stad gebouwd: Damme (stadsrechten ca. 1169, zoals Nieuwpoort en
Grevelingen, vrijheid van Hanze in Vlaanderen in 1180). Mits overlading in Damme
op binnenschepen was Brugge nog steeds bereikbaar.
Ook het Zwin verzandde echter geleidelijk en verschillende havens werden rond de
vaargeul gesticht om mogelijk te maken dat Brugge nog steeds handel kon drijven
zoals Muide (bij de monding van het Zwin, cfr Sint-Anna-ter-Muiden bij Sluis),
Hoeke (dichter bij Damme), Monikerede en Lamminsvliet dat vanaf 1303 bekend werd
onder de naam Sluis.
In de 13e eeuw werd Brugge een belangrijk internationaal handelscentrum, als
ontmoetingsplaats tussen handelaren uit Zuid- en Noord-Europa. Ze had een
bevoorrechte positie in de lakenhandel met Engeland ten opzichte van de andere
Vlaamse steden en een goede verbinding naar het binnenland toe via de
belangrijke handelsweg naar Keulen via onder meer Gent, Mechelen, Brussel en
Leuven. De lakenhallen en het Belfort werden in 1240 gebouwd. Na een brand in
1280 werd het in steen opnieuw opgetrokken en werd een symbool voor de politieke
en economische onafhankelijkheid.
Het belfort (7 nov 2004)Een Brugse Hanze werd opgericht om de handel te
controleren. Ook andere steden traden tot deze hanze toe of stichtten hun eigen
club zoals de Ieperse hanze (rond de IJzer) of die van Gent.
Met de groeiende economische macht van de Brugse handelaren kwamen ook eisen
naar meer autonomie ten opzichte van het Graafschap Vlaanderen. Eén van de
hoogtepunten van deze strijd vindt plaats in 1302: na de Brugse metten verslaan
de Vlaamse steden, waaronder Brugge en Gent, te Kortrijk het Franse leger in de
Guldensporenslag. In 1304 werd Vlaanderen echter terug tot de orde geroepen na
hun nederlaag in de slag bij Pevelenberg.
Naast de lakenhandel ontwikkelden zich ook andere ambachten en vestigden zich
handelaarsfamilies uit onder meer Genua en Venetië in Brugge. Belangrijk hierbij
is ook het bankwezen dat zich stillaan ontwikkelde. Veel handelaren moesten hun
goederen gedurende een bepaalde tijd in Brugge bewaren voordat ze verder
verhandeld werden. Enkele steden en families hadden hun eigen gebouwen (zoals de
kooplieden uit Venetië), maar anderen waren aangewezen op de herbergiers. Deze
herbergen werden zo een draaischijf van economische handelingen: handelaren van
verschillende steden werden met elkaar in contact gebracht, voorraden werden in
de kelders opgeslaan en geleidelijk konden er ook rekeningen geopend worden of
op krediet gewerkt worden. Eén van de belangrijkste herbergen was die van de
familie Van der Beurze, gelegen naast de belangrijke natiehuizen van Genua en
Venetië – de benaming van de beurs komt trouwens van deze familie.
Vanaf de 14e eeuw wordt de lakenhandel minder belangrijk. In 1384 werd Filips de
Stoute uit Bourgondië graaf van Vlaanderen. Eén van zijn machtcentra was in
Brugge gelegen. In de stad werden luxe-goederen verhandeld, was er het
belangrijke bankwezen en ontpopte zich tot een waar kunstencentrum. Dankzij het
Bourgondische hof kwamen er contacten met reizigers uit alle streken van Europa.
De stad kreeg een nieuw stadhuis in 1376 op de Burg.
De 14e eeuw was zonder twijfel Brugges Gouden Eeuw. De stad had toen tegen de
40.000 inwoners, een aantal dat zij vóór de 19e eeuw niet zou overschrijden.

Het (geleidelijk) verval (15e-16e eeuw)
In de loop van de 15e eeuw verzwakte de economische positie van Brugge.
Enerzijds zorgde de verdere verzanding van het Zwin dat Antwerpen een beter
bereikbare haven werd (het "kantoor" van de Hanze in Brugge verhuisde in de 16e
eeuw naar Antwerpen). Bovendien stortte de hele Vlaamse lakenhandel in elkaar.
Daarnaast was er ook een politieke reden: na de plotse dood van Maria van
Bourgondië in 1482 en de opstand van Vlaanderen tegen Maximiliaan I van
Oostenrijk viel de stad uit de gratie. Het moest onder meer de stadswallen
afbreken en het hof en alle belangrijke bestuurlijke functies - en daarmee ook
de handel – verhuisde naar Gent.
De doodsteek kwam tijdens de Tachtigjarige Oorlog, vanaf 1584. De 'voorhaven'
Sluis kwam in handen van de Nederlanden en daarmee was Brugge zijn verbinding
met de zee kwijt. Het vervoer van goederen op het kanaal Brugge-Sluis werd ofwel
verboden ofwel aan hoge tol ondergeven.
Toch kon de stad zich nog enigszins stand houden. Het beschikte nog steeds over
enkele internationale contacten met Spanje en Engeland, was een belangrijk
regionaal centrum (vooral in textiel) en in de kunst bleef Brugge meespelen, oa
met Jan Van Eyck en Hans Memling.
Brugse kant (17e-19e eeuw)
In de 17e eeuw ontwikkelde in Brugge de kant-industrie. Kantklossen was ervoor
vooral een bezigheid van de rijkere adellijke dames, maar geleidelijk verdienden
vele vrouwen in Vlaanderen een extra'tje met kantklossen.
Vanaf 1612 werden de eerste meisjesscholen opgericht door enkele
kloostergemeenschappen (oa Apostolinen) waar naast algemene ontwikkeling ook
breien en klossen van kant op het programma stond. In 1689 waren er meer
meisjesscholen (125) dan jongensscholen (15 schoolmeesters) in Brugge. Jongens
leerden hun ambacht echter meestal tijdens hun leertijd bij een vakman.
Het stadsbestuur ondernam een aantal pogingen om de oude glorie terug te
brengen. De voornaamste was het graven van de Handelskom, waardoor Brugge weer
een aantrekkelijke havenstad moest worden. Ook de oprichting van een Kamer van
Koophandel paste in dit kader. De pogingen brachten echter niet veel zoden aan
de dijk en Brugge evolueerde langzaam maar zeker tot Bruges-la-Morte.
Kant werd in Brugge een belangrijke bron van inkomsten. In 1802 hielden zich
ruim 6.000 vrouwen bezig met kantklossen op een totaal inwonersaantal van
40.000. Er ontwikkelde zich een speciale variant: de Brugse kant of point-de-fée.
Als kleine provinciestad had Brugge geen enkele invloed op de latere
gebeurtenissen van Vlaanderen zoals deze rond 1789 (Franse Revolutie) en de
Omwenteling van 1830. Ook de industriële revolutie ging volledig aan de stad
voorbij. In 1850 was het zelfs de armste stad van Vlaanderen.
Bruges la Morte (19e eeuw)
Het vervallen Brugge, een sluimerende stad zonder veel drukte en 'lelijkheid'
van de moderne wereld, kreeg op het einde van de 19e eeuw een romantische
opleving. Victor Hugo beschreef de stad al uitvoerig in zijn reisverhaal over
België (1837), maar het hoogtepunt kwam met de roman Bruges la Morte van Georges
Rodenbach in 1892. Het werk had een groot succes in Europa (Duitsland: Die tote
Stadt).
In 1877 zei Koning Leopold II dat hij graag zou hebben dat al deze mooie
gebouwen en monumenten gerestaureerd zouden worden zodat de hele stad niets
anders werd dan een enorm en prachtig museum. Heel wat gebouwen werden toen
gerenoveerd onder impuls van de stadsarchitect Louis de la Censerie. Door zijn
talrijke restauraties gaf hij aan Brugge het huidig neogotisch uitzicht. Dank
zij, o.a. deze bijna vergeten architect, is Brugge uitgegroeid tot een
toeristische trekpleister. Vanaf 1880 kende het stadsbestuur subsidies toe aan
particulieren voor restauraties.
Neo-gotische gebouwen op de Markt: woning van de provincie-gouverneur en het
Provinciaal hof (vlnr);
gerestaureerd door Louis de la Censerie,
Toerisme zat in de lift en daarmee gepaard ook de horeca. Sommigen zagen Brugge
liefst als museum en niets mocht het middeleeuwse uitzicht 'bekladden'. Zo werd
ook nieuwbouw, zowel voor kerken als openbare gebouwen, meestal in neo-gotische
stijl opgetrokken tot ver na de Eerste Wereldoorlog; het Provinciaal gebouw aan
de Markt bijvoorbeeld werd in neo-gotische stijl heropgebouwd na de brand in
1878 van het neo-klassieke gebouw.
In Le Carillonneur (1897) van Rodenbach werd de 'barbaarsheid' van het Brugse
bestuur gehekeld toen zij plannen maakte om met de aanbouw van Zeebrugge de stad
te industraliseren. Dit zou het karakter van de mysterieuze stad te erg
veranderen.
De romantiek had bij de Bruggelingen een nieuwe liefde voor hun (middeleeuwse)
stad bijgebracht. Strikte bouwvoorschriften in het centrum moesten het uitzicht
ervan, én de belangrijke inkomsten uit het toerisme, vrijwaren.
De haven van Zeebrugge (20e eeuw)
't ZandIn 1895 werd een plan goedgekeurd door de Belgische regering om een
voorhaven aan de Noordzee te bouwen voor Brugge, verbonden met een nieuwe
binnenhaven in Brugge zelf, te Sint-Pieters. De bouw liep van 1896 tot 1907.
Doel was om Brugge opnieuw economisch interessant te maken, maar door de
gebrekkige verbinding over spoor of de weg en het ontbreken van belangrijke
industrie was dit niet onmiddellijk een succes.
In de Eerste Wereldoorlog hadden de Duitsers vanaf 1914 een belangrijke
U-boot-haven te Zeebrugge. De strategische ligging aan de Noordzee was daarbij
belangrijk. Op 22 april 1918 werd de haven door het Britse leger geblokkeerd en
werd ze ook volledig vernield. De haven werd terug operationeel vanaf 1920.
In de Tweede Wereldoorlog was de haven van Zeebrugge minder belangrijk door de
sabotage ervan door het verzet in het begin van de oorlog. Er werden wel
versterkingen aangebracht en het maakte deel uit van de Atlantikwall. De haven
werd opnieuw vernietigd op het einde van de oorlog. Ze was terug in gebruik
vanaf 1951.
Vanaf 1960 werd het economisch belang van Zeebrugge groter: de grotere
containerschepen en gas-tankers konden gemakkelijk in de haven terecht. Vanaf
1970 tot 1985 werd de haven serieus uitgebouwd: de nieuwe voorhaven lag in zee,
beschermd door twee zeedammen en in de achterhaven werden twee grote dokken
gebouwd. De voorhaven kon, zonder sluizen, bereikt worden door de grotere
zeeschepen, vooral voor container-vervoer.
Het grote probleem is dat de haven vermoedelijk nooit echt een hoogtepunt zal
bereiken omdat ze - in tegenstelling met Rotterdam en Antwerpen - niet in een
economisch hart gelegen is. Aan de andere kant heeft de haven van Zeebrugge wel
het voordeel dat grote schepen makkelijk de haven kunnen bereiken omdat deze aan
de zee ligt. Daarom blijft de verhandelde trafiek toch jaar na jaar stijgen.
Politiek
Burgemeester waren Jean Baptiste Coppieters 't Wallant (1830-), Jean-Marie de
Pelichy (kath.) (1844-1854), Jules Boyaval (lib.) (1854-1876), Amédée Visart de
Bocarmé (1876-1924), Victor Van Hoestenberghe (1924-1941), Pierre Vandamme (CVP)
(1956-1971), Michel Van Maele (CVP) (1972-1976), Frank Van Acker (SP)
(1977-1992), Fernand Bourdon (SP) (1992-1994), Patrick Moenaert (CD&V) (1995-).
Bekende Bruggelingen
Belangrijke personen
Jan Breydel (14e eeuw) en Pieter de Coninck (1302),
Simon Stevin (1548-1620), wiskundige en wetenschapper,
Guido Gezelle (1830-1899), priester-dichter,
Achille Van Acker (1898-1975), eerste minister,
Louis de la Censerie (1838-1909), belangrijk stadsarchitect,
Geboren in Brugge
Jaxper, muziek-producent,
Louis de la Censerie, architect,
Hugo Claus, dichter en schrijver,
Wim De Deyne, shorttrackschaatser,
Patrick De Groote, politicus,
Danny Deprez, filmregisseur,
Patrick Lagrou, jeugdauteur,
Bart Moeyaert, dichter en schrijver,
Kurt Van Eeghem, radio- en televisiepresentator,
Tim Verfaillie, kunstschilder,
Peter Verhelst, dichter en schrijver,
Geert Hoste, komiek,
Phaedra Hoste, model,
Oswald Maes, acteur,
Dr. Evil, fictieve slechterik uit de Austin Powers-trilogy,
Toerisme
Huizen met trapgevels aan de Dweerstraat,
Brugge is om meerdere redenen een toeristische voltreffer. De stad heeft weinig
te lijden gehad van de industriële revolutie en de middeleeuwse uitstraling is
gaaf gebleven. Zijn waterwegen, zijn rijke geschiedenis, de archeologische
vondsten, maar ook de winkelstraten lokken dagelijks heel wat mensen naar deze
stad. De stad heeft zeer vele restaurants en cafés en lijkt te drijven op het
toerisme.
Het autoverkeer wordt zoveel mogelijk uit het centrum van de stad geweerd: de
snelheidsbeperking (30 km per uur), een ambitieus lussenplan, veel
éénrichtingsverkeer (twee richtingen voor fietsers) en randparkings maken van
Brugge een aangename wandel- en winkelstad.
Maar daarom dat Brugge ook wel vaker te kampen krijgt met onbewoonbare gebouwen
omdat sommige gebouwen al dateren van voor 1500 ...
Toeristische hoogtepunten zijn:
de Markt, met prachtige (neo)gotische gebouwen en het Belfort,
de Burg, met het stadhuis, de gebouwen van het Brugse Vrije, de Heilige
Bloedkapel en het grondplan van de Sint-Donatiuskerk waar Karel de Goede werd
vermoord,
het Begijnhof Ten Wijngaerde bij het Minnewaterpark,
de Onze-Lieve-Vrouwekerk (122 m hoog, bakstenen toren) met hierin de praalgraven
van Karel de Stoute en zijn dochter Maria van Bourgondië,
het Hof van Gruuthuse (ook museum) en het Groeningemuseum aan De Dijver; de
schilderachtige Rozenhoedkaai,
Rozenhoedkaaihet Memlingmuseum, met zes werken van de meester, gehuisvest in het
oude Sint-Janshospitaal,
het Guido Gezellemuseum,
de oude stadspoorten en oude molens op de vesten (de plaats van de afgebroken
stadsmuren),
Sint-Salvatorkathedraal gesticht in de 10e eeuw,
Via paardenkoets of met bootjes op de reien kan Brugge aangenaam verkend worden.
Elk jaar gaat de Heilige Bloedprocessie rond in Brugge op Hemelvaartdag. Hierbij
wordt de relikwie van het Heilige Bloed, die Diederik van de Elzas vanuit
Jeruzalem naar Brugge bracht, herdacht. De processie bestaat uit heel wat
historische evocaties.
Buitenlandse toeristen kunnen zich vergapen aan het traditionele Brugse kant.
In 2002 was Brugge Culturele hoofdstad van Europa. Voor deze gelegenheid werd in
2000 begonnen met de aanbouw van een nieuw multi-functioneel concertgebouw.
Recreatie
Voetbal,
Club Brugge,
Cercle Brugge,
Daring Brugge,
Eendracht Brugge,
Scholen
KA Vijverhof (Koninklijk Atheneum),
KTA Brugge (Koninklijk Technisch Atheneum),
Hemelsdaele,
Onze-Lieve-Vrouwecollege Assebroek (OLVA),
Sint-Lodewijkscollege,
Immaculata Secundair,
Immaculata Basisschool,
Koninklijk Atheneum Brugge (KAB),
Sint-Leo college,
Sint-Andreaslyceum Sint-Kruis (SASK),
Sint-Jozef Humaniora (SJH) (de Jozefienen),
Sint-Jozefsinstituur (SJI) (de Jozefienen),
Sint Fransiscus Xaveriusinstituut (SFX) (de Frčres),
Sint Andreasinstituut Brugge,
Vrij Technisch Instituut Brugge,
Slagerij- en Hotelschool Ter Groene Poorte,
Brood- en Banketbakkerijschool Ter Groene Poorte,
KHBO (Katholieke Hogeschool Brugge - Oostende),
Technisch Instituut Heilige Familie (de Maricolen),
Hotel- en Toerismeschool Spermalie,
Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaartinstituut Sint-Andries,
|
|
|